28 juli 2009, acht zaligheden
Wandelen, een van mijn acht zaligheden……………..
Als we, na een mooie fietstocht van Lemnisheuvel (waar we de auto parkeren) naar Knegsel, aankomen bij Dinee Cafe de Kempen zit het terras al behoorlijk vol. Dinsdag achtentwintig juli wandelen Bart en ik met zo’n veertig andere wandelaars mee, Kees voorop met routebeschrijving en Truus helemaal achteraan met zo’n zelfde papier. Zij liepen deze tocht eerder tussen de hoosbuien door, wij treffen gelukkig een zonnige dag. Door het vele kletsen, wordt er weer te weinig gelet op de omgeving, in dit stukje van de Kempen treffen we nog oude landschappelijke elementen. Knegsel is een van de acht zaligheden. De andere zeven dorpen in de Nederlandse Kempen zijn Duizel, Eersel, Hulsel, Netersel, Reusel, Steensel en Wintelre. De acht zaligheden zouden hun bijnaam te danken hebben aan de Hollandse militairen die hier tijdens de Belgische revolutie rond achtienhonderddertig ingekwartierd waren en de steek als armzaligheid bespotten. De sel-ligheden, ook wel armzaligheden genoemd, werden toen smalend omgezet in Zaligheden. Dat brengt mij tijdens het wandelen aan het denken over mijn eigen acht zaligheden. Ik kom tot de volgende lijst: zwemmen, fietsen, wandelen, zon, pauze, pannenkoek, patat en cola light. Allen aanwezig op deze prachtige zomerdag, die voor mij begint met een duik in de Maas, daarna bovengenoemde fietstocht, de wandeling spreekt voor zich en de zon was ook aanwezig. De patat en pannenkoek worden genuttigd in pauzes. We bewonderen een mooie bruine biefstukzwam (?) en ik laat Truus een teunisbloem proeven, veel wilde bloemen uit de natuur kun je namelijk eten (ik volg een cursus ‘eten uit de natuur’). Bij archeologisch onderzoek zijn in de omgeving van Toterfout en Halfmijl prehistorische grafheuvels uit de Midden Bronstijd aangetroffen. In achtienhonderdvierenveertig werden de eerste grafheuvels ontdekt, tot negentienhonderdvijftig zijn er in totaal vierendertig onderzocht en in negentienhonderddrieenzestig werden er bronzen panelen bijgeplaatst, die uitleg geven over de inhoud en structuur van de grafheuvels. Inmiddels is het een Rijskmonument. Hij Halfmijl is een natuurwandelpad, vroeger was dit een heide- en vennengebied, nu lopen we door naaldbos, wei- en bouwland. We komen uit bij het Grootmeer waar we even genieten op het uitzichtpunt, de omgeving is mij niet onbekend, hier vlakbij is ook elk jaar het trainingsweekend in januari. Bij het Papegaaienpark (Stichting Nederlandse Opvangcentrum voor Papegaaienpauze) is het dan eindelijk pauze, we schrapen al ons geld bij elkaar en zo kunnen we (omdat de prijzen zo laag zijn) twee tosti’s , friet en cola light bestellen en houden we zelfs nog zestien cent over. De tocht gaat verder door Zandoerle, waar ook ergens de Olat-opslag te vinden is. In de Zandoerlesche bossen stapt Kees, die nog steeds voorop loopt, stevig door, daarom wordt de appelpauze vanuit de achterhoede maar even telefonisch doorgegeven. Terug in Knegsel genieten we nog even na op een verwarmd (?) terras. Na drieëntwintig km wandelen, volgt nog een vierentwintig km fietstocht terug naar de auto met in Spoordonk een pauze bij pannenkoekenhuis de Rode Haktol.
